Rondleiding doorheen De Kringwinkel (1ste graad basisonderwijs)
Rondleiding doorheen De Kringwinkel (1ste graad basisonderwijs)
1ste graad basisonderwijs
Inleiding (3 minuten)
Plaats: eetplaats?
Werkwijze:
In een inleidend gesprek wordt gepolst naar wat de kinderen reeds afweten van de kringloopwinkel . Het is de bedoeling dat de kinderen zelf zoveel mogelijk vertellen om de betrokkenheid en interesse zo hoog mogelijk te houden. Het gesprek wordt door de begeleider draaiende gehouden d.m.v. stuurvragen.
Mogelijke vragen:
- Wat is een kringloopwinkel?
- Wat is het verschil met een gewone winkel?
- Waarom is het goed dat er kringloopwinkels bestaan (bv. verminderen afvalberg)
- Waar halen de mensen van de kringloopwinkel het gerief vandaan dat ze willen verkopen?
- Worden alle spullen dat de kringloopwinkel binnenkrijgt gewoon in de winkel gezet om te verkopen, of moeten er eerst andere dingen gedaan worden?
- ...
Van de vuilbak naar het winkelrek. (15 min)
Plaats: eetplaats?
Een eerste reeks van opdrachten wordt tijdens deze fase van de rondleiding uitgevoerd. A.d.h.v. deze opdrachten komen de kinderen meer te weten over wat er met de artikelen gebeurt voordat ze in de winkel belanden.
Werkwijze:
De begeleider neemt een (klein) binnengebracht goed uit het magazijn dat dient als voorbeeld ( best een redelijk vuil voorwerp dat duidelijk stuk is, iets aan ontbreekt,…) . Het voorwerp moet voor iedereen zichtbaar zijn.
Vervolgens vraagt de begeleider wat gedaan moet worden, waarop ze moeten letten voordat het voorwerp in de winkel mag.
- Is het voorwerp vuil?
- Is het voorwerp stuk?
- Is het voorwerp niet meer volledig . Is er een stuk weg?
- Hoeveel moet het ding kosten? We hangen een prijskaartje aan het voorwerp.
- ...
De kinderen mogen hierover brainstormen. Voor ieder criteria bestaat er een tekening. Heeft een kind een bepaald criteria gezegd, dan wordt de bijhorende tekening door de begeleider duidelijk aan iedereen getoond en nadien ergens zichtbaar gehangen. Bv. Op een paspop.
Afsluiter van de fase:
- Als alle criteria gevonden zijn, worden ze nog eens herhaald. D.w.z. dat de kinderen elk om beurt een criteria mogen zeggen. Ze mogen de paspop als hulp gebruiken.
- Op een tafel liggen een 5-tal voorwerpen. Alle kinderen gaan rond de tafel staan zonder die aan te raken. De kinderen bepalen nu samen waarom het voorwerp al dan niet in de kringloopwinkel mag. De kinderen moeten hun keuze kunnen verantwoorden. Bij de afgekeurde voorwerpen wordt steeds de tekening gelegd die van toepassing is . (Bv. het voorwerp is te vuil.)
Speurtocht door de kringloopwinkel: verkenning van de kringloopwinkel (30 minuten)
Plaats: de winkel
Werkwijze:
Er wordt aan de kinderen kort uitgelegd dat we allemaal speurneuzen geworden zijn en dat we dus door de winkel gaan moeten speuren, gaan zoeken.
Er worden afspraken gemaakt om alles zo rustig en vlot mogelijk te laten verlopen. Eventueel worden eerder gemaakte afspraken herhaald.
De begeleider toont een grote stoffen zak: de speurneuszak.
In de speurneuszak zitten een aantal voorwerpen. Steeds mag één kind in de zak voelen en 1 voorwerp proberen raden door middel van voelen. Nadien wordt het voorwerp uit de zak gehaald en wordt gekeken of het kind het voorwerp juist kon raden. Ieder van de voorwerpen heeft een bepaalde plaats in de kringloopwinkel. Er wordt samen overlegd waar het voorwerp zou kunnen staan in de winkel (bv. een popje bij het speelgoed). Vervolgens gaan alle kinderen samen op zoek naar de juiste plaats in de winkel. Eventueel kan de groep hiervoor in 2 ingedeeld worden. (een groep met de lkr. en een groep met de begeleider). Een kind mag vervolgens het voorwerp een plaatsje geven in de juiste afdeling.
Zo worden een 6-tal voorwerpen behandeld (categorieën die de kinderen het meest aanspreken.
Mogelijke voorwerpen:
- Pop (speelgoed)
- Vork (huisraad)
- T-shirt (kledij)
- Boek (boeken)
- Kadertje (decoratie)
- Speelgoedbedje (slaapkamers)
Als de speurzak volledig leeg is, wordt gevraagd aan de kinderen of ze nog andere afdelingen gezien hebben (bv. elektro , witgoed, salons, platen, eetkamers, cafetaria…).
Extra opdrachten:
In de speurzak zitten ook een 3-tal voorwerpen waarop het woord “doe” staat. Dit voorwerp staat voor een opdracht en houdt dus in dat wanner het betreffend voorwerp getrokken wordt een opdracht met de klas moet uitgevoerd worden.
Mogelijke opdrachten:
- De kringloopwinkel in het land van Geen-aa-en-ee. In het land van Geen-aa-en-ee is er een kringloopwinkel. Het is een kringloopwinkel zoals hier; waar je dus heel veel dingen kan kopen. De kinderen moeten raden wat je er wel en wat je er niet kan kopen. Ook moeten ze proberen raden hoe dat komt. (Geen woorden met “aa” een “ee”).
Differentiatie: Als de opdracht te moeilijk lijkt, kan je na een aantal keer het land trager zeggen.
- Ik zie ik zie wat jij niet ziet: De leerkracht gaat even weg. Ondertussen kiezen de kinderen samen een voorwerp dat in de afdeling staat waar ze zich bevinden. Het is de bedoeling dat de leerkracht. Door middel van maximum 10 vragen probeert te raden om welk voorwerp het gaat. De kinderen moeten proberen zorgen dat ze zich niet verraden. (Bv. ze mogen niet steeds naar het voorwerp kijken, ze mogen geen tips geven,…). Lukt haar of hem dit, dan is de lkr. gewonnen, anders winnen de kinderen.
- De bom: De begeleider gaat even weg. Ondertussen kiezen de kinderen samen een voorwerp dat in de afdeling staat waar ze zich bevinden. Dat voorwerp is de bom en mag de begeleider niet aanraken. Het is de bedoeling dat de begeleider 10 voorwerpen aanraakt zonder dat de bom daar tussen zit. Lukt haar of hem dit, dan is de begeleider gewonnen, anders winnen de kinderen.
Afsluiten (3 minuten)
Als afsluiting wordt aan de kinderen gevraagd wat ze van de rondleiding zullen onthouden, of ze dingen gehoord hebben die ze nog niet wisten,...